Kennisbank zoeker
Hoe werkt deze kennisbank

Zoekresultaten

Vorige pagina Print

Er zijn 20 artikelen in de kennisbank gevonden.
Te veel resultaten? Verfijn uw resultaten door het combineren van meerdere trefwoorden

Hepatitis B behandeling

Bij iedere individuele patiënt met hepatitis B moet steeds de afweging worden gemaakt tussen enerzijds de mogelijke voordelen van de behandeling en anderzijds de bijwerkingen en de kans op succes.In de EASL richtlijn 'Behandeling hepatitis B' staat dat bij wel of niet behandelen rekening gehouden moet worden met de leeftijd van de patiënt, HBeAg status, familie geschiedenis van HCC, zwangerschapswens en de voorkeur van de patiënt.In de EASL richtlijn wordt aangegeven dat diegenen die (nog) niet behandeld worden gevolgd moeten worden: bij patiënten met, bij herhaling, een normale ALT en HBV-DNA tussen 2000 en 20.000 IU/L bepaling van ALT iedere 3 maanden en HBV-DNA iedere 6-12 maanden gedurende 3 jaar. Behandeling.Aanbevolen wordt te behandelen bij HBV-DNA > 2000 IU/l, onafhankelijk of iemand HBeAg positief of negatief is 1,2, evenals patiënten met fibrose en een ALT > ULN.Behandeling moet gestart worden bij patiënten zonder cirrose en HBV-DNA > 20.000 IU/L, en bij herhaling verhoogd ALT en/ of histologisch vastgestelde fibrose.De EASL richtlijn beveelt 6 maandelijks onderzoek aan mbv de fibroscan voor screening op HCC.Behandeling van hepatitis B vindt plaats met behulp van geneesmiddelen die het afweersysteem versterken (PEG-interferon alfa-2a of PEG-interferon alfa-2b, maximale duur 48 weken) of medicijnen die het virus langdurig onderdrukken, zoals entecavir of tenofovir. De behandelduur is 12 maanden of langer, mogelijk levenslang.

Lees verder

Hepatitis C behandeling

Met de komst van nieuwe DAA’s (Direct Acting Antivirals) kan de duur van de behandeling van chronische hepatitis C aanzienlijk verkort worden. De resultaten van deze nieuwe middelen voor de behandeling van hepatitis C zijn veelbelovend met, afhankelijk van o.a.het genotype en de aan- of afwezigheid van cirrose, een SVR van > 95%. Men spreekt van chronische hepatitis C als het hepatitis C-virus langer dan 6 maanden in het lichaam aanwezig is. De verschillende DAA's kunnen onderverdeeld worden in drie groepen: HCV protease remmers, HCV polymerase remmers en NS5A remmers.

Lees verder

Als behandeling van hepatitis C met angst gepaard gaat

Behandeling van hepatitis C met interferon-alfa en ribavirine is vaak effectief maar gaat vaak gepaard met bijwerkingen en is relatief lang. Voorkomen moet worden dat psychiatrische bijwerkingen meer dan nodig de kwaliteit van leven van patiënten tijdens de behandeling aantasten. Ook moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat psychiatrische bijwerkingen aanleiding zijn voor dosisreductie met het hieraan verbonden risico van verminderde effectiviteit. Psychiatrische bijwerkingen moeten onderscheiden worden van bestaande psychische problematiek.

Lees verder

Co-infectie HIV/HCV

Co-infectie HIV/HCV is een nieuwe uitdaging op het vlak van zorg en preventie. Al langere tijd werd deze dubbelinfectie gezien onder intraveneus druggebruikers door overdracht via besmette naalden. Terwijl seksuele overdracht van hepatitis C als weinig voorkomend wordt omschreven, verspreidt hepatitis C zich sinds enkele jaren in snel tempo onder mannen die seks hebben met mannen met hiv.

Lees verder

Huidige standaardbehandeling van hepatitis B

De huidige standaardbehandeling van hepatitis B bestaat zowel voor HBeAg positieve als HBeAg negatieve patiënten uit twee verschillende componenten. Enerzijds kan getracht worden met nucleoside en nucleotide analogen virussuppressie te bewerkstelligen. Echter vrijwel altijd na het stoppen van deze middelen zal een relapse van ziekte optreden. Het voordeel van nucleoside analogen is dat zij oraal kunnen worden ingenomen en nauwelijks bijwerkingen hebben. Anderzijds kan chronische hepatitis B ook behandeld worden met immuunmodificerende medicijnen, met name peginterferon. Dit middel wordt subcutaan toegediend en heeft veel bijwerkingen in de vorm van griepverschijnselen en neuropsychiatrische klachten. Het voordeel van peginterferon is dat in zo’n 20-50% van de patiënten -afhankelijk van HBV genotype, virale load en transaminasewaarden- er een immuuncontrole wordt gegenereerd. Deze immuuncontrole persisteert na het stoppen van het medicijn en leidt dus tot een blijvende respons.Het uiteindelijke doel van beide behandelingsvormen is om complicaties van leverziekten, met name gedecompenseerde levercirrose, leverfalen en hepatocellulair carcinoom te voorkomen. Van beide behandelingen is ook aangetoond dat dit mogelijk is.Een nieuwe uitdaging voor hepatitis B behandeling is om een HBsAg seroconversie te verkrijgen. De meest natuurlijke weg naar dit solide eindpunt is om de beste nucleoside analogen (entecavir en tenofovir) te combineren met peginterferon in slimme behandelings

Lees verder

Huidige standaardbehandeling van hepatitis C

Chronische hepatitis C virus infectie (HCV) heeft pandemische proporties aangenomen. Slechts ca 20% van de HCV geïnfcteerden slagen erin binnen 6 maanden het virus te klaren. Behandeling voor HCV dient bij alle patiënten overwogen te worden. Powerpointpresentatie van prof.dr. J.P.H.Drenth, hoogleraar Moleculaire Gastroenterologie en Hepatologie UMC St.Radboud, ter gelegenheid van de 6e Landelijke Hepatitisweek januari 2010

Lees verder

Hepatitis C behandeling van actieve druggebruikers

In december 2004 is op de GGD Amsterdam een project gestart waar druggebruikers met chronische hepatitis C behandeld kunnen worden.Deze behandeling vindt plaats in nauwe samenwerking met de afdeling MDL (maag-, darm-, en leverziekten) van het AMC (Academisch Medisch Centrum Amsterdam), de afdeling Psychiatrie van het AMC en de methadon verstrekkende poliklinieken MGGZ (Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg) en de afdeling Onderzoek van de GGD Amsterdam.Dit project, de Buitenpolikliniek GGD/AMC studie, is succesvol. Aan ongeveer 500 druggebruikers van de Amsterdamse Cohort Studies is Hepatitis C screening aangeboden: 449 druggebruikers zijn getest waarbij 183 chronische HCV infecties werden vastgesteld. Personen met chronische hepatitis C wordt aanvullend medisch en psychiatrisch onderzoek in het AMC aangeboden.Een speciale onderzoeksverpleegkundige begeleidt cliënten voor onderzoek naar het AMC en motiveert deelnemers tot het nakomen van afspraken. Powerpointpresentatie van Mw. drs. C.E.A. Lindenburg, hoofd Onderzoeksuitvoering en Behandeling cluster Infectieziekten, GGD Amsterdam ter gelegenheid van de 6e Landelijke Hepatitisweek januari 2010

Lees verder

Eigenschappen van PEG-interferon alfa-2a

Peginterferon-α-2a, een covalente binding van interferon-α-2a met bis-monomethoxypolyethyleenglycol. Peginterferon-α-2a en interferon-α-2a hebben overeenkomstige farmacodynamische eigenschappen. Interferon gaat een specifieke binding aan met receptoren op de celmembraan. Men veronderstelt dat een complexe reeks intracellulaire reacties, althans gedeeltelijk, verantwoordelijk is voor de onderdrukking van de virusreplicatie in virusgeïnfecteerde cellen, celproliferatie en immunomodulerende activiteiten zoals verhoging van de fagocytose door macrofagen en toename van de specifieke cytotoxiciteit van lymfocyten voor target-cellen.

Lees verder

Indicaties PEG-interferon alfa-2a

Indicatie PEG-interferon alfa-2a: Volwassenen met chronische hepatitis B met aantoonbare virale replicatie (HBV-DNA of HBeAg-positieve patiënten). Behandeling van HBeAg-positieve of HBeAg-negatieve chronische hepatitis B bij volwassenen met gecompenseerde leverziekte en bewijs van virale replicatie, verhoogd ALAT en histologisch bevestigde leverontsteking en/of fibrose

Lees verder

Contra-indicaties van PEG-interferon alfa-2a

Contra-indicaties van PEG-interferon alfa-2a: Ernstige, reeds bestaande hartaandoening of een hartaandoening in de anamnese. Ernstige lever- of nierfunctiestoornis. Psychiatrische aandoeningen. Ongecontroleerde epilepsie-aanvallen en/of gestoorde functie van het centrale zenuwstelsel. Kinderen.

Lees verder
Vorige pagina