Kennisbank zoeker
Hoe werkt deze kennisbank

Zoekresultaten

Vorige pagina Print

Er zijn 14 artikelen in de kennisbank gevonden.
Te veel resultaten? Verfijn uw resultaten door het combineren van meerdere trefwoorden

Hepatitis C behandeling

Met de komst van nieuwe DAA’s (Direct Acting Antivirals) kan de duur van de behandeling van chronische hepatitis C aanzienlijk verkort worden. De resultaten van deze nieuwe middelen voor de behandeling van hepatitis C zijn veelbelovend met, afhankelijk van o.a.het genotype en de aan- of afwezigheid van cirrose, een SVR van > 95%. Men spreekt van chronische hepatitis C als het hepatitis C-virus langer dan 6 maanden in het lichaam aanwezig is. De verschillende DAA's kunnen onderverdeeld worden in drie groepen: HCV protease remmers, HCV polymerase remmers en NS5A remmers.

Lees verder

Als behandeling van hepatitis C met angst gepaard gaat

Behandeling van hepatitis C met interferon-alfa en ribavirine is vaak effectief maar gaat vaak gepaard met bijwerkingen en is relatief lang. Voorkomen moet worden dat psychiatrische bijwerkingen meer dan nodig de kwaliteit van leven van patiënten tijdens de behandeling aantasten. Ook moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat psychiatrische bijwerkingen aanleiding zijn voor dosisreductie met het hieraan verbonden risico van verminderde effectiviteit. Psychiatrische bijwerkingen moeten onderscheiden worden van bestaande psychische problematiek.

Lees verder

Co-infectie HIV/HCV

Co-infectie HIV/HCV is een nieuwe uitdaging op het vlak van zorg en preventie. Al langere tijd werd deze dubbelinfectie gezien onder intraveneus druggebruikers door overdracht via besmette naalden. Terwijl seksuele overdracht van hepatitis C als weinig voorkomend wordt omschreven, verspreidt hepatitis C zich sinds enkele jaren in snel tempo onder mannen die seks hebben met mannen met hiv.

Lees verder

Huidige standaardbehandeling van hepatitis C

Chronische hepatitis C virus infectie (HCV) heeft pandemische proporties aangenomen. Slechts ca 20% van de HCV geïnfcteerden slagen erin binnen 6 maanden het virus te klaren. Behandeling voor HCV dient bij alle patiënten overwogen te worden. Powerpointpresentatie van prof.dr. J.P.H.Drenth, hoogleraar Moleculaire Gastroenterologie en Hepatologie UMC St.Radboud, ter gelegenheid van de 6e Landelijke Hepatitisweek januari 2010

Lees verder

Hepatitis C behandeling van actieve druggebruikers

In december 2004 is op de GGD Amsterdam een project gestart waar druggebruikers met chronische hepatitis C behandeld kunnen worden.Deze behandeling vindt plaats in nauwe samenwerking met de afdeling MDL (maag-, darm-, en leverziekten) van het AMC (Academisch Medisch Centrum Amsterdam), de afdeling Psychiatrie van het AMC en de methadon verstrekkende poliklinieken MGGZ (Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg) en de afdeling Onderzoek van de GGD Amsterdam.Dit project, de Buitenpolikliniek GGD/AMC studie, is succesvol. Aan ongeveer 500 druggebruikers van de Amsterdamse Cohort Studies is Hepatitis C screening aangeboden: 449 druggebruikers zijn getest waarbij 183 chronische HCV infecties werden vastgesteld. Personen met chronische hepatitis C wordt aanvullend medisch en psychiatrisch onderzoek in het AMC aangeboden.Een speciale onderzoeksverpleegkundige begeleidt cliënten voor onderzoek naar het AMC en motiveert deelnemers tot het nakomen van afspraken. Powerpointpresentatie van Mw. drs. C.E.A. Lindenburg, hoofd Onderzoeksuitvoering en Behandeling cluster Infectieziekten, GGD Amsterdam ter gelegenheid van de 6e Landelijke Hepatitisweek januari 2010

Lees verder

Ribavirine

Ribavirine (merknamen rebetol en copegus) is geïndiceerd voor de behandeling van chronische hepatitis C bij volwassenen, kinderen van 3 jaar (rebetol) of 5 jaar (copegus) en ouder en adolescenten in combinatie met andere middelen.

Lees verder

Eigenschappen van ribavirine

Antiviraal middel dat (in-vitro) werkzaam is tegen diverse RNA- en DNA-virussen. De antivirale activiteit is afhankelijk van de intracellulaire fosforylering van ribavirine tot (in hoofdzaak) ribavirinetrifosfaat. Het exacte werkingsmechanisme is niet bekend, maar berust mogelijk op remming van de eiwitsynthese en virale replicatie. Het mechanisme waardoor ribavirine, in combinatie met interferon-α, effect uitoefent tegen het hepatitis C-virus is onbekend. Monotherapie met ribavirine heeft geen effect op eliminatie van het hepatitis C-virus of op verbetering van de leverhistologie.

Lees verder

Contra-indicaties van ribavirine

Ribavirine is gecontra-indiceerd bij patienten met een voorgeschiedenis van ernstige hartaandoeningen tijdens de afgelopen zes maanden, hemoglobinopathieën, ernstige debiliterende ziekten, waaronder chronische nierinsufficiëntie of een creatinineklaring < 50 ml/min.

Lees verder

Ribavirine bij zwangerschap of borstvoeding

In dierproeven is ribavirine duidelijk teratogeen en/of embryocide gebleken in doses die slechts een twintigste bedragen van de aanbevolen dosis bij de mens; malformaties van schedel, verhemelte, ogen, kaken, ledematen, skelet en maag-darmkanaal zijn gemeld. De incidentie en ernst van de teratogene effecten nemen toe bij stijgende doses.Ribavirine mag daarom niet worden toegepast bij zwangeren. Therapie met ribavirine pas starten na een negatieve zwangerschapstest onmiddellijk voorafgaand aan de behandeling.Twee contraceptieve maatregelen moeten tegelijkertijd worden genomen tijdens en tot ten minste vier maanden (vrouwen) en zeven maanden (mannen) na stoppen van de behandeling. Maandelijks routinezwangerschapstest uitvoeren tijdens deze periode. In dierstudies leidt ribavirine tot veranderingen in het sperma, ook in lage doses. Het is onbekend of ribavirine dat voorkomt in sperma, teratogene effecten zal uitoefenen op de fertilisatie van de eicel. Mannen van wie de partner zwanger is, dienen een condoom te gebruiken.Het is onbekend of ribavirine overgaat in de moedermelk. Tijdens gebruik geen borstvoeding geven.

Lees verder

Bijwerkingen van ribavirine

De volgende bijwerkingen van ribavirine zijn beschreven: Zeer vaak (> 10%): anemie, anorexie, depressie, slapeloosheid, hoofdpijn, duizeligheid, verminderde concentratie, hoest, dyspneu, diarree, misselijkheid, buikpijn, alopecia, dermatitis, pruritus, droge huid, myalgie, artralgie, pyrexie, rillingen, pijn, asthenie, vermoeidheid, reactie op de injectieplaats, prikkelbaarheid. Vaak (1-10%): infectie van de bovenste luchtwegen, bronchitis, orale candidiasis, herpes simplex, trombocytopenie, lymfadenopathie, hypo-, hyperthyroïdie, stemmingsverandering, emotionele stoornissen, angst, agressie, nervositeit, verminderd libido, verminderd geheugen, syncope, zwakte, migraine, hypo-esthesie, hyperesthesie, paresthesie, tremor, smaakstoornis, nachtmerries, slaperigheid, troebel zien, oogpijn, oogontsteking, xeroftalmie, vertigo, oorpijn, tachycardie, palpitaties, perifeer oedeem, opvliegers. Inspanningsdyspneu, neusbloeding, nasofaryngitis, sinuscongestie, nasale congestie, rinitis, keelpijn, braken, dyspepsie, dysfagie, mond ulceratie, tandvleesbloeding, glossitis, stomatitis, flatulentie, obstipatie, droge mond. Uitslag, toegenomen zweten, psoriasis, urticaria, eczeem, huidaandoening, lichtgevoeligheidsreactie, nachtelijk zweten, rugpijn, artritis, spierzwakte, botpijn, pijn in de hals, pijn in de skeletspieren, spierkramp, impotentie, pijn op de borst, influenza-achtige aandoening, malaise, lethargie, opvliegers, dorst, gewichtsafname.

Lees verder
Vorige pagina