Hepatitis B core-only, isolated core

Vorige pagina Print

Hepatitis B serologie wordt bepaald door diverse antigenen en antistoffen tegen hepatitis B aan te tonen in serum. Bij een acute of chronische infectie met het hepatitis B-virus kan de hepatitis B-serologie een indruk geven van het stadium van de infectie.

Anti-HBc antistoffen zijn gericht tegen het core-antigeen van hepatitis B. Het HBsAg duidt op de aanwezigheid van het hepatitis B-virus (op dat moment), de anti-HBc duidt op een infectie met het virus, nu of in het verleden.

Bij een infectie met het hepatitis B-virus is enkele weken na de infectie het HBsAg aantoonbaar. Een paar weken later verschijnt anti-HBc IgM en anti-HBc (IgG if IgTotaal) in het bloed. Ook is in de acute fase van de infectie het HBeAg aantoonbaar.

Als de infectie ‘geklaard’ wordt, wordt het HBeAg negatief en komen de anti-HBe antistoffen in het bloed en wordt het HBsAg negatief en het anti-HBs positief. De anti-HBc IgM verdwijnt na enkele maanden en is 6 maanden na de infectie meestal verdwenen; het anti-HBc blijft aanwezig.

Bij een chronische infectie is het HBsAg en het anti-HBc positief. Afhankelijk van de activiteit van het virus en het stadium van de infectie kan het HBeAg ook positief zijn. Als het HBeAg negatief is, is er (meestal) anti-HBe aantoonbaar. Het anti-HBc IgM is (meestal) negatief; deze piekt alleen bij een acute infectie.

Bij een screening op hepatitis B worden vaak HBsAg en anti-HBc bepaald. Het komt regelmatig voor, afhankelijk van de doelgroep, dat anti-HBc positief is en het HBsAg negatief.

Bij verder serologisch onderzoek is dan meestal ook het anti-HBs en het anti-HBe positief en gaat het om een doorgemaakte infectie met hepatitis B. Het komt echter ook voor dat het anti-HBc de enige parameter is die positief is. Dit noemen we ‘core-only’-positieven.

Er zijn verschillende oorzaken van geïsoleerde antilichamen tegen core.

  • Doorgemaakte infectie, lang geleden, waarbij alle andere antistoffen (anti-HBe en anti-HBs) uit het bloed verdwenen zijn. Dit is het meest voorkomend in hoog-prevalente populaties.
  • Vals-positieve anti-HBc. Een vals-positieve reactie in een ELISA kan gebeuren als niet-specifieke antistoffen binden aan de antigenen in de ELISA. De sensitiviteit en specificiteit van een ELISA zijn afhankelijk van de soort ELISA.
  • Het voorkomen van alleen anti-HBc in de ‘window-periode’ van een infectie. Dit kan voorkomen als anti-HBc IgM en anti-HBc al detecteerbaar zijn voordat HBsAg verschijnt bij een acute infectie, of na de acute fase, als het HBsAg net verdwenen is.
  • In zeldzame gevallen is er naast een positieve anti-HBc wel een low-level hepatitis B replicatie. HBsAg kan dan negatief zijn en soms is er wel HBV DNA aantoonbaar. Dit kan voorkomen in endemische gebieden en in hoogrisico populaties zoals Hiv-geïnfecteerden of IDU’s.

De interpretatie van een ‘core-only’ is lastig. Hoe vaak welke van de bovenstaande mogelijkheden voorkomt is o.a. afhankelijk van de gebruikte test, maar ook van de prevalentie van hepatitis B in de onderzochte populatie. In bloeddonoren is de frequentie van ‘core-only’ meestal laag; in hoog-prevalente gebieden is de frequentie hoger. Interpretatie blijft lastig en het is vaak niet duidelijk of de betreffende persoon immuun is (een infectie heeft doorgemaakt).

Lees ook:
Hepatitis B,
Hepatitis B laboratoriumonderzoek,
Hepatitis B serologie.

Deze pagina is bijgewerkt op 14-06-2016.

HepatitisInfo.nl