Zoekresultaten

Vorige pagina Print

Er zijn 235 artikelen in de kennisbank gevonden.
Te veel resultaten? Verfijn uw resultaten door het combineren van meerdere trefwoorden

Chronische hepatitis B

Men spreekt van chronische hepatitis B als HBsAg langer dan zes maanden aantoonbaar is. Bij een chronische infectie wordt het virus niet opgeruimd uit het lichaam. Men blijft dus besmettelijk. Het hepatitis B-virus veroorzaakt een langdurige ontsteking in de lever. In het bloed blijft HBsAg en soms ook HBeAg aantoonbaar. Bij een chronische infectie wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende fasen van infectie: Immunotolerante fase,Immunoactieve fase,Inactieve fase,HBeAg-negatieve chronische hepatitis.Bij pasgeborenen leidt een besmetting in 90% van de gevallen tot een chronische infectie. Bij 30-50% van kinderen die tussen 1 en 4 jaar zijn besmet ontstaat een chronische infectie en een besmetting op volwassen leeftijd wordt bij 5-10% een chronische infectie.Iemand met chronische hepatitis B heeft vaak geen klachten. Mogelijke klachten zijn algemene moeheidsklachten of plotseling opkomende vermoeidheid en spier- en gewrichtspijnen.Chronische hepatitis B zal na 20-50 jaar (indien geen behandeling wordt ingesteld) bij 15-40% van de patiënten leiden tot ernstige leverziekten, zoals levercirrose, leverfalen en/of leverkanker (HCC). Bij ca 5% van de patiënten met cirrose ontstaat leverkanker, maar ook zonder cirrose kan leverkanker ontstaan, met name bij Aziaten en Afrikanen. Het overlijdensrisico ten gevolge van chronische hepatitis B is 40%.

Lees verder

Asymptomatisch drager hepatitis B

Bij een asymptomatische drager hepatitis B zijn er geen of zeer weinig klachten. Toch is het virus nog steeds in het lichaam aanwezig en de besmettelijkheid blijft. Regelmatige controle blijft noodzakelijk, omdat het virus weer in activiteit kan toenemen. Daarnaast is er ook een kleine kans (1%/jaar) dat het lichaam het virus alsnog spontaan opruimt.Het hepatitis B-virus verdwijnt bij 9 van de 10 mensen meestal binnen een half jaar. Als met behulp van bloedonderzoek is vastgesteld dat het virus is verdwenen en antistoffen zijn aangemaakt, is er sprake van genezing. Een deel van de mensen behoudt echter het virus. Er ontstaat dan een asymptomatisch dragerschap (de immunotolerante fase) of een chronische actieve hepatitis B (de immunoactieve fase). In beide gevallen blijft de besmettelijkheid bestaan. Ook om dit te weten te komen, moet er bloedonderzoek gedaan worden.

Lees verder

Procedure als hepatitis B is vastgesteld

Als een hepatitis-B infectie is vastgesteld moet vervolgens worden onderzocht hoe ernstig de ontsteking is en in hoeverre beschadiging van de lever is opgetreden. Bij lichamelijk onderzoek wordt de grootte van de lever en de milt beoordeeld en wordt gekeken of er tekenen zijn van slecht functioneren van de lever, zoals geelzucht. Dit onderzoek wordt aangevuld met bloedonderzoek en echografie.Als wordt aangetoond dat hepatitis B-virus in het bloed aanwezig is, maar dat er geen ontstekingsactiviteit in de lever is en er ook geen tekenen van cirrose van de lever is, zal worden besloten om af te wachten. Er kan dan sprake zijn van dragerschap zonder activiteit of er kan sprake zijn van een rustige fase in het soms grillige ontstekingsbeloop. Om deze reden zal het bloed na enkele maanden opnieuw worden getest.lndien er echter aanwezigheid van hepatitis B-virus wordt gevonden met een actieve ontsteking van de lever of met tekenen van cirrose van de lever zal de patiënt worden doorverwezen naar een specialistisch centrum. Hier zal worden beoordeeld of er moet worden gestart met antivirale middelen. Bij deze beoordeling zal het vaak ook nodig zijn om een biopsie uit de lever te nemen om met behulp van microscopisch onderzoek meer zekerheid te krijgen over de aard en de ernst van de ontsteking of een onderzoek te doen met behulp van een fibroscan.

Lees verder

Hepatitis B behandeling

Bij iedere individuele patiënt met hepatitis B moet steeds de afweging worden gemaakt tussen enerzijds de mogelijke voordelen van de behandeling en anderzijds de bijwerkingen en de kans op succes.In de EASL richtlijn 'Behandeling hepatitis B' staat dat bij wel of niet behandelen rekening gehouden moet worden met de leeftijd van de patiënt, HBeAg status, familie geschiedenis van HCC, zwangerschapswens en de voorkeur van de patiënt.In de EASL richtlijn wordt aangegeven dat diegenen die (nog) niet behandeld worden gevolgd moeten worden: bij patiënten met, bij herhaling, een normale ALT en HBV-DNA tussen 2000 en 20.000 IU/L bepaling van ALT iedere 3 maanden en HBV-DNA iedere 6-12 maanden gedurende 3 jaar. Behandeling.Aanbevolen wordt te behandelen bij HBV-DNA > 2000 IU/l, onafhankelijk of iemand HBeAg positief of negatief is 1,2, evenals patiënten met fibrose en een ALT > ULN.Behandeling moet gestart worden bij patiënten zonder cirrose en HBV-DNA > 20.000 IU/L, en bij herhaling verhoogd ALT en/ of histologisch vastgestelde fibrose.De EASL richtlijn beveelt 6 maandelijks onderzoek aan mbv de fibroscan voor screening op HCC.Behandeling van hepatitis B vindt plaats met behulp van geneesmiddelen die het afweersysteem versterken (PEG-interferon alfa-2a of PEG-interferon alfa-2b, maximale duur 48 weken) of medicijnen die het virus langdurig onderdrukken, zoals entecavir of tenofovir. De behandelduur is 12 maanden of langer, mogelijk levenslang.

Lees verder

Waar kan men zich laten vaccineren tegen hepatitis A en hepatitis B?

Alle GGD-en, enkele SOA-centra, Travel Clinics en sommige huisartsen vaccineren tegen hepatitis A en B

Lees verder

Hepatitis B overdracht van moeder op kind

Het risico op overdracht van hepatitis B van moeder op kind ligt rond de 30%. Het risico is hoger als de aanstaande moeder HBeAg-positief is. Van de kinderen die rondom de bevalling geïnfecteerd worden blijft 90% chronische hepatitis B drager.Verwijzing van HBeAg-positieve zwangeren naar een specialist (maag-darm-leverarts of infectioloog) is essentieel. De specialist kan de virusload laten bepalen en zo nodig therapie instellen.In Nederland worden alle zwangere vrouwen bij hun eerste bezoek aan de verloskundige gescreend op hepatitis-B (rond 12 weken), zie het project Hepatitis B en zwanger. Bij ongeveer 0,4% wordt het hepatitis B virus gevonden. Als de moeder besmet is met hepatitis B-virus moet de pasgeborene direct na de geboorte immunoglobuline toegediend krijgen en zal het in de eerste week na de bevalling gevaccineerd worden.

Lees verder

Hepatitis B overdracht door middel van borstvoeding

Borstvoeding is veilig zolang er geen wondjes zijn. Voor hepatitis B geldt dat borstvoeding kan worden gegeven op voorwaarde dat de zuigeling na de geboorte immunoglobuline heeft gekregen en er gestart is met vaccinatie.

Lees verder

Hepatitis C

Het hepatitis C-virus is in 1989 ontdekt. Hepatitis C is een van de meest voorkomende vormen van chronische leverontsteking.Wereldwijd zijn ca 170 miljoen mensen besmet (3% van de wereldbevolking, bron: WHO). Jaarlijks overlijden naar schatting 350.000 mensen aan de gevolgen van een chronische hepatitis C. Hepatitis C is een belangrijke oorzaak van levercirrose en leverkanker (hepatocellulair carcinoom).In Nederland hebben waarschijnlijk ca 30.000 mensen (0,22% van de totale bevolking) dit virus bij zich. Bij mensen afkomstig uit andere delen van de wereld, zoals Azië, Afrika, het Middellandse Zeegebied, Zuid-Amerika en Oost-Europa komt het vaker voor. Net als in Nederland ontbreken in veel landen exacte cijfers.

Lees verder

Hepatitis C, de wijze van besmetting

Hepatitis C is via bloed-bloed contacten overdraagbaar. Voor 1992 was hepatitis C besmetting een risico voor ontvangers van bloedtransfusies en voor mensen met hemofilie die zijn behandeld met een stollingspreparaat dat uit menselijk bloed is gemaakt. Vanaf 1991 wordt door de bloedbanken in Nederland een uitgebreide controle van bloed en bloedproducten op het hepatitis C-virus uitgevoerd. Een andere grote groep besmette mensen zijn (ex-)injecterende druggebruikers die met vuile naalden spuiten of gemeenschappelijke rietjes gebruiken bij het opsnuiven van cocaïne. Het betreft hier ook mensen die ooit, ook al is het maar één keer, drugs hebben gespoten.Bij ruim een derde van de patiënten met hepatitis C is het echter niet goed mogelijk aan te geven hoe de besmetting is gekregen. Mogelijke factoren die hierbij een rol hebben gespeeld zijn o.a. tatoeage, gemeenschappelijk gebruik van scheermesjes of tandenborstels, contact met besmet bloed bij verwondingen van de huid of slijmvliezen en operaties.

Lees verder

Hepatitis C besmetting door seksueel contact

Hepatitis C virus wordt voornamelijk overgebracht via bloed-bloed contact. Hepatitis C komt dan ook vaak voor bij injecterende druggebruikers. Overdracht via seksueel verkeer vindt met name plaats bij seksuele contacten met een HIV positieve partner, met name betreft het seksuele contacten met homoseksuele mannen (MSM).Of transmissie van hepatitis C virus ook plaats kan vinden bij heteroseksuele contacten is onderwerp van discussie [1].Terrault e.a. [2] hebben HCV transmissie bestudeerd bij 500 anti-HCV positieve, HIV negatieve personen en hun heteroseksuele partners om het risico op HCV transmissie te bepalen onder monogame heteroseksuele partners. Ze rapporteren een zeer laag risico op overdracht van HCV.Grady e.a [3] hebben in hun reactie op bovenstaande studie aangegeven dat personen met drug gerelateerde overdracht van HCV in deze studie geïncludeerd waren waardoor de incidentie van heteroseksuele overdracht van HCV onder HCV-mono geïnfecteerde individuen kan zijn overschat. Philippe Halfon geeft in zijn reactie in Hepatology [4 ] aan dat men naar aanleiding van grote longitudinale studies juist voorzichtig moet zijn met het afgeven van een geruststellende boodschap. Hij adviseert het gebruik van condooms tijdens menstruatie en tijdens anaal geslachtsverkeer en onthouding van risicovol seksueel gedrag waarbij beschadiging van slijmvliezen kan optreden om transmissie van hepatitis C te voorkomen.In 1993 heeft Bressrs e.a. op basis van onderzoek bij hemofilie

Lees verder