EASL guideline hepatitis E

Vorige pagina Print

14-5-2018 In mei 2018 heeft de European Association for the Study of the Liver (EASL) de eerste ‘EASL Clinical Practice Guidelines on hepatitis E virus infection’ op haar website geplaatst. Dit is de eerste publicatie van de guideline, die binnenkort ook in ‘the Journal of Hepatology’ zal verschijnen. De reden van het maken van deze guideline is dat de kennis omtrent hepatitis E sterk is toegenomen in de afgelopen 10 jaar. Het hepatitis E virus werd eerst vooral geassocieerd met uitbraken in Aziatische en Afrikaanse landen (vooral genotype 1 en 2); we weten nu echter dat het genotype 3 (en 4) veel voorkomt in Europa en nu een van de belangrijkste oorzaken van acute virale hepatitis is.   
Het hepatitis E virus is ontdekt in de jaren 80 toen militaire Sovjet troepen in Afghanistan getroffen werden door acute virale hepatitis die niet veroorzaakt werd door het hepatitis A of B virus. Toen bleek dat het virus ook een rol speelt bij gevallen van acute hepatitis in reizigers uit Afrika en Aziatische landen. We weten nu dat de genotypen 3 en 4 endemisch zijn in Europese landen, zoönose zijn en dat de prevalentie hoog is in gedomesticeerde varkens, wilde zwijnen, herten en andere dieren . De hepatitis E genotype 1 en 2 kunnen (waarschijnlijk) alleen mensen infecteren en worden verspreid door besmet drinkwater via de oraal-fecale route. Naast de genotypen 1, 2, 3 en 4 zijn er nog meer genotypen ontdekt in andere dieren, zoals het genotype 7 in kamelen.

In de hepatitis E guideline wordt de epidemiologie van hepatitis E uitgebreid besproken. Daarna gaat de guideline in op de klinische aspecten van een infectie met hepatitis E. Het genotype 3 heeft een hoge seroprevalentie in veel Europese landen. Ca 1-4% van de mensen is viremisch (het virus is in het bloed aantoonbaar). Ziekteverschijnselen komen zelden voor in gezonde personen. Echter in patiënten met verminderde weerstand kan een infectie gepaard gaan met symptomen van acute hepatitis en kan de infectie chronisch worden. Acuut leverfalen komt zelden  voor.

De aanbevelingen in de guideline zijn (met evidence level A en B):

* Alle patiënten met symptomen die passen bij een acute hepatitis moeten getest worden op hepatitis E, ongeacht reishistorie (en ook als aan drug-induced liver injury wordt gedacht).

* Patiënten met verhoogde leverenzymen na transfusie moeten op hepatitis E getest worden.

* Patiënten met verminderde weerstand met verhoogde leverenzymen met onbekende oorzaak moeten getest worden op hepatitis E . Het consumeren van onvoldoende verhit vlees van varkens, herten etc. moet ontraden worden aan patiënten met immuunsuppressie.

* Omdat hepatitis E ook extrahepatische manifestaties kan geven zoals myocarditis, thyroiditis en geassocieerd is met myasthenia gravis en encephalitis/myelitis wordt aanbevolen om patiënten met deze symptomen ook te testen op hepatitis E.

* Voor de diagnose wordt de combinatie antistoftest en PCR geadviseerd. Voor de diagnose ‘chronische hepatitis E’ wordt de PCR aanbevolen.

* Bloeddonoren moeten getest worden op hepatitis E met een PCR (afhankelijk van lokale prevalentie en geografische locatie).

* Voor de behandeling van hepatitis E wordt ribavirine geadviseerd. Evidence level echter C (laag).

* Bij chronische hepatitis E in patiënten met immuunsuppressie kan de dosering immuunsuppressie verminderd worden (evidence level B).

Voor verdere aanbevelingen en informatie zie de Clinical Practice Guidelines Hepatitis E.

Bron: EASL Clinical Practice Guidelines hepatitis E.

Meer nieuws
Meest bezocht
Hepatitis symptomen
Hepatitis E symptomen / ziekteverschijnselen
Hepatitis B
Hepatitis B serologie
Hepatitis C behandeling
Hepatitis A
Meer informatie
Over deze website
Agenda
Links
Stel een vraag
Nieuwsbrief
Volg ons op Twitter
Aanmelden nieuwsbrief