Hepatitis D Bijgewerkt op 13.12.19

Hepatitis D is een co-infectie die kan optreden bij een besmetting met het hepatitis B-virus. Het hepatitis D-virus (ook wel delta-virus genoemd) gebruikt het hepatitis B oppervlakte eiwit om complete virusdeeltjes te maken. Zonder het hepatitis B-virus kan het hepatitis D-virus geen nieuwe virusdeeltjes maken.

Ziekteverschijnselen
Een co-infectie met hepatitis D bij een hepatitis B infectie geeft een hogere kans op en een snellere progressie naar leverziekte.

Transmissie
Het hepatitis B-virus wordt overgedragen door bloed-bloed contact en seksueel contact. Besmetting is mogelijk door gelijktijdige besmetting met het hepatitis B-virus en het hepatitis D-virus maar ook als superinfectie bij besmetting met het hepatitis D-virus bij een hepatitis B drager.

Prevalentie hepatitis D
Wereldwijd hebben ongeveer 250-300 miljoen mensen het hepatitis B virus en daarvan hebben ongeveer 72 miljoen een co-infectie met het hepatitis D virus. De meeste co-infecties met hepatitis D komen voor in Mongolië (ongeveer 60% van de mensen met hepatitis B hebben een hepatitis D co-infectie), in het Amazonegebied, in West-Afrika en in landen rond de Middellandse Zee. Door actieve vaccinatiecampagnes in Europese landen neemt het aantal infecties met hepatitis B af en daarmee ook de prevalentie van hepatitis D in Europa.

https://ru.wikipedia.org/wiki/%D0%A4%D0%B0%D0%B9%D0%BB:Hepatitis_delta_virus_map_-_ru.svg

 

Voorkómen van een infectie
Hepatitis D is te voorkomen door besmetting via bloed-bloed contact of seksueel contact (condooms) te voorkomen. Er is geen vaccin tegen hepatitis D maar vaccinatie tegen hepatitis B beschermt indirect tegen hepatitis D omdat hepatitis D alleen als co-infectie bij hepatitis B kan voorkomen.

Behandeling
Het ideale eindpunt van een hepatitis B/hepatitis D infectie is klaring van beide virussen. Dit resultaat wordt slechts in 5-20% van de met PEG-interferon behandelde hepatitis B patiënten behaald. Net als het hepatitis B-virus is het hepatitis D-virus moeilijk te klaren uit het lichaam. Naast PEG-interferon kunnen antivirale middelen gebruikt worden om de vermenigvuldiging van het hepatitis B-virus te onderdrukken. Adefovir, tenofovir en entecavir zijn onderzocht maar blijken als monotherapie niet effectief tegen hepatitis D. Combinatiebehandeling met PEG-interferon geeft vooralsnog de beste resulaten.

Diagnose
Een co-infectie met het hepatitis D-virus wordt aangetoond door de aanwezigheid van antistoffen tegen het hepatitis D-virus (anti-HDV) in het bloed en de aanwezigheid van het HDV-RNA.

In de Kennisbank is meer informatie over hepatitis D te vinden.


Referenties

WHO factsheet hepatitis D

A review on hepatitis D. Mentha et al, J of Advanced Research 2019

Meer uitleg nodig?

Heeft u niet gevonden wat u zoekt? Neem dan contact met ons op.

Stel een vraag

Is deze bron betrouwbaar?

Lees meer over hoe deze website tot stand is gekomen.

Lees verder