Kennisbank zoeker
Hoe werkt deze kennisbank

Zoekresultaten

Vorige pagina Print

Er zijn 17 artikelen in de kennisbank gevonden.
Te veel resultaten? Verfijn uw resultaten door het combineren van meerdere trefwoorden

Behandeling van hepatitis B

Bij iedere individuele patiënt met hepatitis B moet steeds de afweging worden gemaakt tussen enerzijds de mogelijke voordelen van de behandeling en anderzijds de bijwerkingen en de kans op succes.In de EASL richtlijn 'Behandeling hepatitis B' staat dat bij wel of niet behandelen rekening gehouden moet worden met de leeftijd van de patiënt, HBeAg status, familie geschiedenis van HCC, zwangerschapswens en de voorkeur van de patiënt.In de EASL richtlijn wordt aangegeven dat diegenen die (nog) niet behandeld worden gevolgd moeten worden: bij patiënten met, bij herhaling, een normale ALT en HBV-DNA tussen 2000 en 20.000 IU/L bepaling van ALT iedere 3 maanden en HBV-DNA iedere 6-12 maanden gedurende 3 jaar. Behandeling.Aanbevolen wordt te behandelen bij HBV-DNA > 2000 IU/l, onafhankelijk of iemand HBeAg positief of negatief is 1,2, evenals patiënten met fibrose en een ALT > ULN.Behandeling moet gestart worden bij patiënten zonder cirrose en HBV-DNA > 20.000 IU/L, en bij herhaling verhoogd ALT en/ of histologisch vastgestelde fibrose.De EASL richtlijn beveelt 6 maandelijks onderzoek aan mbv de fibroscan voor screening op HCC.Behandeling van hepatitis B vindt plaats met behulp van geneesmiddelen die het afweersysteem versterken (PEG-interferon alfa-2a of PEG-interferon alfa-2b, maximale duur 48 weken) of medicijnen die het virus langdurig onderdrukken, zoals entecavir of tenofovir. De behandelduur is 12 maanden of langer, mogelijk levenslang.

Lees verder

Behandeling van Hepatitis C

Met de komst van nieuwe DAA’s (Direct Acting Antivirals) kan de duur van de behandeling van chronische hepatitis C aanzienlijk verkort worden. De resultaten van deze nieuwe middelen voor de behandeling van hepatitis C zijn veelbelovend met, afhankelijk van o.a.het genotype en de aan- of afwezigheid van cirrose, een SVR van > 95%. Men spreekt van chronische hepatitis C als het hepatitis C-virus langer dan 6 maanden in het lichaam aanwezig is. De verschillende DAA's kunnen onderverdeeld worden in drie groepen: HCV protease remmers, HCV polymerase remmers en NS5A remmers.

Lees verder

Co-infectie HIV/HCV

Co-infectie HIV/HCV is een nieuwe uitdaging op het vlak van zorg en preventie. Al langere tijd werd deze dubbelinfectie gezien onder intraveneus druggebruikers door overdracht via besmette naalden. Terwijl seksuele overdracht van hepatitis C als weinig voorkomend wordt omschreven, verspreidt hepatitis C zich sinds enkele jaren in snel tempo onder mannen die seks hebben met mannen met hiv.

Lees verder

Behandeling van chronische hepatitis B

De huidige standaardbehandeling van hepatitis B bestaat zowel voor HBeAg positieve als HBeAg negatieve patiënten uit twee verschillende componenten. Enerzijds kan getracht worden met nucleoside en nucleotide analogen virussuppressie te bewerkstelligen. Echter vrijwel altijd na het stoppen van deze middelen zal een relapse van ziekte optreden. Het voordeel van nucleoside analogen is dat zij oraal kunnen worden ingenomen en nauwelijks bijwerkingen hebben. Anderzijds kan chronische hepatitis B ook behandeld worden met immuunmodificerende medicijnen, met name peginterferon. Dit middel wordt subcutaan toegediend en heeft veel bijwerkingen in de vorm van griepverschijnselen en neuropsychiatrische klachten. Het voordeel van peginterferon is dat in zo’n 20-50% van de patiënten -afhankelijk van HBV genotype, virale load en transaminasewaarden- er een immuuncontrole wordt gegenereerd. Deze immuuncontrole persisteert na het stoppen van het medicijn en leidt dus tot een blijvende respons.Het uiteindelijke doel van beide behandelingsvormen is om complicaties van leverziekten, met name gedecompenseerde levercirrose, leverfalen en hepatocellulair carcinoom te voorkomen. Van beide behandelingen is ook aangetoond dat dit mogelijk is.Een nieuwe uitdaging voor hepatitis B behandeling is om een HBsAg seroconversie te verkrijgen. De meest natuurlijke weg naar dit solide eindpunt is om de beste nucleoside analogen (entecavir en tenofovir) te combineren met peginterferon in slimme behandelings

Lees verder

Huidige standaardbehandeling van hepatitis C

Chronische hepatitis C virus infectie (HCV) heeft pandemische proporties aangenomen. Slechts ca 20% van de HCV geïnfecteerden slagen erin binnen 6 maanden het virus te klaren. Alle overige patienten krijgen een chronische hepatitis en houden blijvend een viremie. In het laboratorium vinden we dan een wisselend verhoogd ALAT als teken van een leverontsteking. Mensen met een chronische hepatitis hebben in het algemeen geen of zeer weinig verschijnselen of klachten. Slechts bij een minderheid ontstaan niet-specifieke verschijnselen zoals moeheid of malaise. Na tien tot dertig jaar heeft zich bij 10-20% van de geïnfecteerden een levercirrose ontwikkeld, veelal nog zonder ernstige ziekteverschijnselen. Symptomen van leverdysfunctie (geelzucht, ascites, gastrointestinale bloedingen) treden vaak pas op wanneer de ziekte al in een vergevorderd stadium is. De snelheid waarmee levercirrose optreedt na een HCV-infectie is sterk wisselend. Bij enkelen is er al binnen enkele jaren een cirrose, bij anderen is er gedurende vele jaren geen progressie. Een aantal risicofactoren is geassocieerd met een snelle progressie naar cirrose: mannelijk geslacht, leeftijd waarop de infectie wordt opgelopen (hoger risico op cirrose indien infectie bij patiënt ouder dan 40 jaar), wijze van besmetting (bloedtransfusie hoger risico dan IV druggebruik) en geassocieerde ziekten (bv. alcoholisch leverlijden, HIV- of HBV-coïnfectie). Gebleken is dat de patiënten met een HCV-geassocieerde levercirrose jaarlijks

Lees verder

Hepatitis C behandeling van actieve druggebruikers

In december 2004 is op de GGD Amsterdam een project gestart waar druggebruikers met chronische hepatitis C behandeld kunnen worden.Deze behandeling vindt plaats in nauwe samenwerking met de afdeling MDL (maag-, darm-, en leverziekten) van het AMC (Academisch Medisch Centrum Amsterdam), de afdeling Psychiatrie van het AMC en de methadon verstrekkende poliklinieken MGGZ (Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg) en de afdeling Onderzoek van de GGD Amsterdam.Dit project, de Buitenpolikliniek GGD/AMC studie, is succesvol. Aan ongeveer 500 druggebruikers van de Amsterdamse Cohort Studies is Hepatitis C screening aangeboden: 449 druggebruikers zijn getest waarbij 183 chronische HCV infecties werden vastgesteld. Personen met chronische hepatitis C wordt aanvullend medisch en psychiatrisch onderzoek in het AMC aangeboden.Een speciale onderzoeksverpleegkundige begeleidt cliënten voor onderzoek naar het AMC en motiveert deelnemers tot het nakomen van afspraken. Powerpointpresentatie van Mw. drs. C.E.A. Lindenburg, hoofd Onderzoeksuitvoering en Behandeling cluster Infectieziekten, GGD Amsterdam ter gelegenheid van de 6e Landelijke Hepatitisweek januari 2010

Lees verder

Indicaties PEG-interferon alfa-2a

Indicatie PEG-interferon alfa-2a: Volwassenen met chronische hepatitis B met aantoonbare virale replicatie (HBV-DNA of HBeAg-positieve patiënten). Behandeling van HBeAg-positieve of HBeAg-negatieve chronische hepatitis B bij volwassenen met gecompenseerde leverziekte en bewijs van virale replicatie, verhoogd ALAT en histologisch bevestigde leverontsteking en/of fibrose

Lees verder

Contra-indicaties van PEG-interferon alfa-2a

Contra-indicaties van PEG-interferon alfa-2a: Ernstige, reeds bestaande hartaandoening of een hartaandoening in de anamnese. Ernstige lever- of nierfunctiestoornis. Psychiatrische aandoeningen. Ongecontroleerde epilepsie-aanvallen en/of gestoorde functie van het centrale zenuwstelsel. Kinderen.

Lees verder

PEG-interferon alfa-2a bij zwangerschap of borstvoeding

PEG-interferon alfa-2a (Pegasys) wordt ontraden tijdens de zwangerschap en bij het geven van borstvoeding. Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij rhesusapen (Macaca rhesus) zijn bij gebruik van zeer hoge doses PEG-interferon alfa-2a vruchtafdrijvende effecten opgetreden. Advies: Bij zwangerschap alleen op strikte indicatie gebruiken. Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens de therapie.

Lees verder

Bijwerkingen PEG-interferon alfa-2a

Bijwerkingen van PEG-interferon alfa-2a zoals anorexie, depressie, slapeloosheid, misselijkheid, hoest, diarree, verminderde concentratie, huidaandoeningen, rillingen, pijn, etc. komen vaak voor.

Lees verder
Vorige pagina