Kennisbank zoeker
Hoe werkt deze kennisbank

Zoekresultaten

Vorige pagina Print

Er zijn 11 artikelen in de kennisbank gevonden.
Te veel resultaten? Verfijn uw resultaten door het combineren van meerdere trefwoorden

Hepatitis C behandeling

Met de komst van nieuwe DAA’s (Direct Acting Antivirals) kan de duur van de behandeling van chronische hepatitis C aanzienlijk verkort worden. De resultaten van deze nieuwe middelen voor de behandeling van hepatitis C zijn veelbelovend met, afhankelijk van o.a.het genotype en de aan- of afwezigheid van cirrose, een SVR van > 95%. Men spreekt van chronische hepatitis C als het hepatitis C-virus langer dan 6 maanden in het lichaam aanwezig is. De verschillende DAA's kunnen onderverdeeld worden in drie groepen: HCV protease remmers, HCV polymerase remmers en NS5A remmers.

Lees verder

Co-infectie HIV/HCV

Co-infectie HIV/HCV is een nieuwe uitdaging op het vlak van zorg en preventie. Al langere tijd werd deze dubbelinfectie gezien onder intraveneus druggebruikers door overdracht via besmette naalden. Terwijl seksuele overdracht van hepatitis C als weinig voorkomend wordt omschreven, verspreidt hepatitis C zich sinds enkele jaren in snel tempo onder mannen die seks hebben met mannen met hiv.

Lees verder

Huidige standaardbehandeling van hepatitis C

Chronische hepatitis C virus infectie (HCV) heeft pandemische proporties aangenomen. Slechts ca 20% van de HCV geïnfecteerden slagen erin binnen 6 maanden het virus te klaren. Alle overige patienten krijgen een chronische hepatitis en houden blijvend een viremie. In het laboratorium vinden we dan een wisselend verhoogd ALAT als teken van een leverontsteking. Mensen met een chronische hepatitis hebben in het algemeen geen of zeer weinig verschijnselen of klachten. Slechts bij een minderheid ontstaan niet-specifieke verschijnselen zoals moeheid of malaise. Na tien tot dertig jaar heeft zich bij 10-20% van de geïnfecteerden een levercirrose ontwikkeld, veelal nog zonder ernstige ziekteverschijnselen. Symptomen van leverdysfunctie (geelzucht, ascites, gastrointestinale bloedingen) treden vaak pas op wanneer de ziekte al in een vergevorderd stadium is. De snelheid waarmee levercirrose optreedt na een HCV-infectie is sterk wisselend. Bij enkelen is er al binnen enkele jaren een cirrose, bij anderen is er gedurende vele jaren geen progressie. Een aantal risicofactoren is geassocieerd met een snelle progressie naar cirrose: mannelijk geslacht, leeftijd waarop de infectie wordt opgelopen (hoger risico op cirrose indien infectie bij patiënt ouder dan 40 jaar), wijze van besmetting (bloedtransfusie hoger risico dan IV druggebruik) en geassocieerde ziekten (bv. alcoholisch leverlijden, HIV- of HBV-coïnfectie). Gebleken is dat de patiënten met een HCV-geassocieerde levercirrose jaarlijks

Lees verder

Hepatitis C behandeling van actieve druggebruikers

In december 2004 is op de GGD Amsterdam een project gestart waar druggebruikers met chronische hepatitis C behandeld kunnen worden.Deze behandeling vindt plaats in nauwe samenwerking met de afdeling MDL (maag-, darm-, en leverziekten) van het AMC (Academisch Medisch Centrum Amsterdam), de afdeling Psychiatrie van het AMC en de methadon verstrekkende poliklinieken MGGZ (Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg) en de afdeling Onderzoek van de GGD Amsterdam.Dit project, de Buitenpolikliniek GGD/AMC studie, is succesvol. Aan ongeveer 500 druggebruikers van de Amsterdamse Cohort Studies is Hepatitis C screening aangeboden: 449 druggebruikers zijn getest waarbij 183 chronische HCV infecties werden vastgesteld. Personen met chronische hepatitis C wordt aanvullend medisch en psychiatrisch onderzoek in het AMC aangeboden.Een speciale onderzoeksverpleegkundige begeleidt cliënten voor onderzoek naar het AMC en motiveert deelnemers tot het nakomen van afspraken. Powerpointpresentatie van Mw. drs. C.E.A. Lindenburg, hoofd Onderzoeksuitvoering en Behandeling cluster Infectieziekten, GGD Amsterdam ter gelegenheid van de 6e Landelijke Hepatitisweek januari 2010

Lees verder

Contra-indicaties van ribavirine

Ribavirine is gecontra-indiceerd bij patienten met een voorgeschiedenis van ernstige hartaandoeningen tijdens de afgelopen zes maanden, hemoglobinopathieën, ernstige debiliterende ziekten, waaronder chronische nierinsufficiëntie of een creatinineklaring < 50 ml/min.

Lees verder

Ribavirine bij zwangerschap of borstvoeding

In dierproeven is ribavirine duidelijk teratogeen en/of embryocide gebleken in doses die slechts een twintigste bedragen van de aanbevolen dosis bij de mens; malformaties van schedel, verhemelte, ogen, kaken, ledematen, skelet en maag-darmkanaal zijn gemeld. De incidentie en ernst van de teratogene effecten nemen toe bij stijgende doses.Ribavirine mag daarom niet worden toegepast bij zwangeren. Therapie met ribavirine pas starten na een negatieve zwangerschapstest onmiddellijk voorafgaand aan de behandeling.Twee contraceptieve maatregelen moeten tegelijkertijd worden genomen tijdens en tot ten minste vier maanden (vrouwen) en zeven maanden (mannen) na stoppen van de behandeling. Maandelijks routinezwangerschapstest uitvoeren tijdens deze periode. In dierstudies leidt ribavirine tot veranderingen in het sperma, ook in lage doses. Het is onbekend of ribavirine dat voorkomt in sperma, teratogene effecten zal uitoefenen op de fertilisatie van de eicel. Mannen van wie de partner zwanger is, dienen een condoom te gebruiken.Het is onbekend of ribavirine overgaat in de moedermelk. Tijdens gebruik geen borstvoeding geven.

Lees verder

Bijwerkingen van ribavirine

De volgende bijwerkingen van ribavirine zijn beschreven: Zeer vaak (> 10%): anemie, anorexie, depressie, slapeloosheid, hoofdpijn, duizeligheid, verminderde concentratie, hoest, dyspneu, diarree, misselijkheid, buikpijn, alopecia, dermatitis, pruritus, droge huid, myalgie, artralgie, pyrexie, rillingen, pijn, asthenie, vermoeidheid, reactie op de injectieplaats, prikkelbaarheid. Vaak (1-10%): infectie van de bovenste luchtwegen, bronchitis, orale candidiasis, herpes simplex, trombocytopenie, lymfadenopathie, hypo-, hyperthyroïdie, stemmingsverandering, emotionele stoornissen, angst, agressie, nervositeit, verminderd libido, verminderd geheugen, syncope, zwakte, migraine, hypo-esthesie, hyperesthesie, paresthesie, tremor, smaakstoornis, nachtmerries, slaperigheid, troebel zien, oogpijn, oogontsteking, xeroftalmie, vertigo, oorpijn, tachycardie, palpitaties, perifeer oedeem, opvliegers. Inspanningsdyspneu, neusbloeding, nasofaryngitis, sinuscongestie, nasale congestie, rinitis, keelpijn, braken, dyspepsie, dysfagie, mond ulceratie, tandvleesbloeding, glossitis, stomatitis, flatulentie, obstipatie, droge mond. Uitslag, toegenomen zweten, psoriasis, urticaria, eczeem, huidaandoening, lichtgevoeligheidsreactie, nachtelijk zweten, rugpijn, artritis, spierzwakte, botpijn, pijn in de hals, pijn in de skeletspieren, spierkramp, impotentie, pijn op de borst, influenza-achtige aandoening, malaise, lethargie, opvliegers, dorst, gewichtsafname.

Lees verder

Interacties van ribavirine

Purinenucleosideanalogen vergroten het risico van lactaatacidose. Combinatie met didanosine is niet aan te bevelen. Gevallen van mitochondriale toxiciteit, met name lactaatacidose en pancreatitis (sommige fataal), zijn gemeld. Patiënten die met ribavirine en zidovudine worden behandeld, lopen een verhoogd risico om anemie te ontwikkelen; daarom wordt gelijktijdig gebruik van ribavirine en zidovudine niet aanbevolen. Ribavirine remt het metabolisme van azathioprine en vergroot daarmee het risico van hematologische toxiciteit; de combinatie vermijden Let op: iedere mogelijke interactie blijft mogelijk tot twee maanden (= ca. 5× de halfwaardetijd) na stopzetting van de behandeling vanwege de lange halfwaardetijd.

Lees verder

Waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik van ribavirine

Voor starten van de behandeling met ribavirine standaard hematologische testen en routine bloedonderzoek (telling totaal aantal bloedcellen en leukocytaire formule, bloedplaatjes, elektrolyten, serumcreatinine, leverfunctietesten, urinezuur) uitvoeren. Deze bepalingen ten minste herhalen na twee en vier weken behandeling.

Lees verder

Richtsnoer Behandeling Hepatitis C

Het 'Richtsnoer behandeling hepatitis C ' is opgesteld om een praktische leidraad te bieden bij de indicatiestelling en behandeling van patiënten met een acute of chronische hepatitis C virusinfectie. De doelstelling is om de uniformiteit en daarmee ook de kwaliteit van de behandeling van hepatitis C in Nederland te bevorderen. Dit richtsnoer geeft aanbevelingen over de behandeling van acute en chronische hepatitis Cinfectie bij volwassen patiënten, met aandacht voor patiënten met nierinsufficiëntie, HCV/HIV coïnfectie, falen van eerdere antivirale therapie, gedecompenseerde levercirrose en in de transplantatie setting. Dit richtsnoer is tot stand gekomen op initiatief van en uit naam van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging voor HIVbehandelaren (NVHB), Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverziekten (NVMDL), de Nederlandse Vereniging voor Hepatologie (NVH) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuis Apothekers (NVZA). Het richtsnoer wordt iedere 3 maanden ge-update.

Lees verder
Vorige pagina