Kennisbank zoeker
Hoe werkt deze kennisbank

Wat is hepatitis B?

Vorige pagina Print

Hepatitis B is een ontsteking van de lever, veroorzaakt door het hepatitis B-virus. Wereldwijd hebben ongeveer 350 miljoen mensen chronische hepatitis B. Besmetting met het virus vindt plaats via moeder op kind bij de geboorte of via contact met besmet bloed.  Ook is hepatitis B een seksueel overdraagbare ziekte. Na  een besmetting met het hepatitis B-virus hangt de kans om een chronische infectie te ontwikkelen sterk af van de leeftijd waarop de besmetting plaats heeft plaatsgevonden. Pasgeborenen en kleuters raken bijna altijd chronisch geïnfecteerd. Bij besmetting op volwassen leeftijd is de kans ongeveer 5% op het ontstaan van een chronische infectie.  Risico´s op de lange termijn bij chronische hepatitis zijn levercirrose, levercelcarcinoom (HCC) en leverfalen.

Er zijn eigenlijk geen specifieke klachten die duiden op het bestaan van chronische hepatitis B, tenzij er sprake is van levercirrose. De infectie wordt dan ook vaak bij toeval ontdekt (lichte verhoging van ASAT en ALAT). Gelukkig wordt er inmiddels ook meer actief gezocht naar mensen die mogelijk een chronische infectie hebben. We weten dat er gebieden in de wereld zijn waar veel hepatitis B voorkomt, bv. Azië, Turkije, Afrika en Oost Europa. Mensen afkomstig uit deze gebieden zouden dus actief benaderd kunnen worden  om zich te laten screenen. (bv. projecten onder de Chinese bevolking in Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Amsterdam en Arnhem/ Nijmegen ( 2009-2012)).

Wanneer bij iemand een chronische hepatitis B infectie wordt vastgesteld moet de betreffende persoon goed in kaart worden gebracht. Dit betekent dat er niet alleen naar het virus wordt gekeken maar ook naar de ontstekingsactiviteit en de schade die inmiddels aan de lever is toegebracht.

Het virus bestaat uit diverse onderdelen die alle een rol spelen bij het beoordelen van de ernst van de infectie en bij de behandeling die gegeven kan worden.  Zo kunnen we het S gedeelte, het E gedeelte en het Core gedeelte onderscheiden. Tegen al deze onderdelen kunnen we afzonderlijk antistoffen maken. Bij elke patiënt met een chronische hepatitis B wordt d.m.v. bloedonderzoek het virus en de afweer tegen de diverse onderdelen in kaart gebracht. Tevens wordt de hoeveelheid virus bepaald (het virus DNA). Vaak wordt ook nog het genotype bepaald. We onderscheiden type A t/m G. Via bloedonderzoek wordt ook gekeken naar de ontstekingsactiviteit in de lever (hoogte ASAT en ALAT) en naar de functie van de lever door o.a. albumine en stollingswaarde te bepalen. Tenslotte wordt afbeeldend onderzoek van de lever gedaan, meestal d.m.v. echografie van de lever.

Met al deze gegevens in de hand wordt beoordeeld of er een behandeling moet worden ingesteld. Niet alleen de soort behandeling moet worden vastgesteld maar ook het moment waarop het beste kan worden gestart. Indien er geen sprake is van actieve ziekte, dus normale leverenzymen en wanneer de hoeveelheid virus erg laag is, is nog geen behandeling nodig. Ook het stadium van de leverschade is belangrijk. Mensen met levercirrose moeten altijd behandeld worden om de hoeveelheid virus zo laag mogelijk te houden. Daarmee wordt de kans op het ontstaan van decompensatie (het ontstaan van ascites enz.)  en het ontstaan van hepatocellulair carcinoom (leverkanker) sterk verkleind. Om te beoordelen of een behandeling moet worden gestart is in een aantal gevallen ook zeker een leverbiopt nodig.

Peginterferon is een middel dat het afweersysteem versterkt waardoor het virus beter onderdrukt kan worden. Het middel wordt wekelijks toegediend d.m.v. een injectie. De behandeling wordt meestal een jaar gegeven. Deze behandeling is vooral geschikt voor mensen met een lage hoeveelheid virus en bij wie het eigen afweer systeem ook duidelijk actief is. Deze activiteit uit zich in hogere leverenzymen (ASAT en ALAT). Ook het genotype bepaalt of deze behandeling kans van slagen heeft.

De behandeling met nucleos(t)iden onderdrukt de hoeveelheid virus. De laatste jaren zijn er verschillende soorten beschikbaar gekomen. M.n. de nieuwste , zoals entecavir en tenofovir blijken niet alleen het virus goed te onderdrukken, maar geven ook minder resistentie vorming dan het oudere middel lamuvidine. Resistentievorming betekent dat het virus gaat veranderen (muteren) waardoor het ongevoeliger voor de medicijnen wordt en zich weer gaat vermenigvuldigen. Wanneer met deze middelen wordt gestart betekent dit meestal een langdurige behandeling die maar in een klein aantal van de gevallen gestopt kan worden.

Indien er sprake is van een gedecompenseerde levercirrose door hepatitis B, is levertransplantatie vaak de enige juiste behandeling. Rondom de transplantatie wordt dan alles gedaan om te voorkomen dat het transplantaat opnieuw met het virus besmet raakt.

In alle gevallen moet de beoordeling van patiënten met een chronische hepatitis en de beslissing tot een behandeling worden genomen door specialisten die voldoende ervaring hebben met dit ziektebeeld.

Er is een prima vaccin beschikbaar tegen hepatitis B. 

Bekijk:
'Wat is hepatitis B', presentatie J.W. den Ouden op de Landelijke Hepatitis Week 2010.
Hepatitis B.

Dit artikel is bijgewerkt op 26-07-2019.

HepatitisInfo.nl