Behandeling van hepatitis B

Vorige pagina Print

Bij iedere individuele patiënt met hepatitis B moet steeds de afweging worden gemaakt tussen enerzijds de mogelijke voordelen van de behandeling en anderzijds de bijwerkingen en de kans op succes.

In de EASL richtlijn 'Behandeling hepatitis B' staat dat bij wel of niet behandelen rekening gehouden moet worden met de leeftijd van de patiënt, HBeAg status, familie geschiedenis van HCC, zwangerschapswens en de voorkeur van de patiënt.

Controle 
In de EASL richtlijn wordt aangegeven dat diegenen die (nog) niet behandeld worden gevolgd moeten worden: 
bij patiënten met, bij herhaling, een normale ALT en HBV-DNA tussen 2000 en 20.000 IU/L bepaling van ALT iedere 3 maanden en HBV-DNA iedere 6-12 maanden gedurende 3 jaar. 1

Behandeling
Aanbevolen wordt te behandelen bij HBV-DNA > 2000 IU/l, onafhankelijk of iemand HBeAg positief of negatief is
1,2, evenals patiënten met fibrose en een ALT > ULN.

Behandeling moet gestart worden bij patiënten zonder cirrose en HBV-DNA > 20.000 IU/L, en bij herhaling verhoogd ALT en/ of histologisch vastgestelde fibrose.

De EASL richtlijn beveelt 6 maandelijks onderzoek aan mbv de fibroscan voor screening op HCC. 3,4

Behandeling van hepatitis B vindt plaats met behulp van geneesmiddelen die het afweersysteem versterken (PEG-interferon alfa-2amaximale duur 48 weken) of medicijnen die het virus langdurig onderdrukken, zoals entecavir of  tenofovir. De behandelduur is 12 maanden of langer, mogelijk levenslang.
Telbivudineadefovir en 
lamivudine zijn ivm resistentie niet langer eerste keuze. 

Door tijdige behandeling kunnen de gevolgen van chronisch hepatitis B, zoals levercirrose en leverkanker, voorkomen worden. Bestaande complicaties kunnen met behandeling ook verbeteren.

In april 2018 is het eerste Nederlandse Hepatitis B (HBV) richtsnoer online gepubliceerd waarin de naar huidige inzichten meest optimale behandeling van hepatitis B is beschreven. Het richtsnoer is ontwikkeld door specialisten uit diverse beroepsgroepen die betrokken zijn bij de behandeling van patiënten met een chronische infectie met HBV. De betrokken beroepsgroepen zijn:  de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverziekten (NVMDL), Nederlandse Vereniging voor Hepatologie (NVH) en Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuis Apothekers (NVZA).

De aanbevelingen in het richtsnoer zijn gebaseerd op de adviezen van de European Association for the Study of the Liver (EASL) en waar deze afwijken van de Nederlandse situatie, gebaseerd op de adviezen van de American Association fort he Study of Liver Diseases (AASLD).

In het richtsnoer komen aan de orde welke patiënten behandeld kunnen worden, de bepalingen die gedaan moeten worden en welke therapie gegeven kan worden. Ook wordt een plaats van behandeling met PEG-Interferon gegeven en toegelicht. Verder wordt ingegaan op welke behandeling met nucleotide-analogen de voorkeur heeft, de monitoring en therapie falen. Behandeling bij levertransplantatie, bij co-infecties, bij dialyse-patiënten, bij sterke immuunsuppressie en bij zwangeren komt eveneens aan bod.

Het richtsnoer is gepubliceerd op de website www.hbvrichtsnoer.nl.

Bekijk ook: 
Richtlijn
Behandeling chronisch hepatitis B.
Serologie van hepatitis B.
Hepatitis B.
De verschillende fasen van chronische hepatitis B.
Onderzoek bij hepatitis B.
Besmetting met het hepatitis B virus.
Hepatitis B overdracht van moeder naar kind.
Levercirrose.
Hepatocellulair carcinoom.
Preventie hepatitis B.
Vaccinatie hepatitis B.
Meldingen virale hepatitis RIVM.
Bouw en werking van de lever.

Referenties:

  1. EASL clinical practice guidelines: management of chronic hepatitis B virus infection. Journal of Hepatology 2017 vol. 67 j 370–398.
  2. Liaw YF, Kao JH, Piratvisuth T, et al. Asian-Pacific consensus statement on the management of chronic hepatitis B: a 2012 update. Hepatol Int 2012;6:531–561.
  3. Bruix J, Sherman M. Management of hepatocellular carcinoma: an update. Hepatology 2011;53:1020–1022.
  4. EASL-EORTC clinical practice guidelines: management of hepatocellular carcinoma. J Hepatol 2012;56:908–943.
  5. Regression of cirrhosis during treatment with tenofovir disoproxilfumarate for chronic hepatitis B: a 5-years open-label follow-up study, Marcellin P, e.o;   2013 Feb 9;381(9865):468-75. doi: 10.1016/S0140-6736(12)61425-1. Epub 2012 Dec 10.

Deze pagina is bijgewerkt op 07-05-2019.