Hepatitis B vaccinatie en Arbeid Bijgewerkt op 22.01.20

Hepatitis B-vaccinatie is in eerste instantie bedoeld om de werknemer zelf te beschermen. Bij medewerkers in de gezondheidszorg speelt ook het belang van de patiënt mee. Deze mag tijdens een medische ingreep niet worden besmet met bijvoorbeeld het hepatitis B-virus. In die situatie is de werknemer medeverantwoordelijk.

De verplichting van de werkgever om vaccinatie aan te bieden staat omschreven in wettekst van het Europese besluit biologische agentia van september 2000 over vaccinatie. De vaccinatiekosten zijn voor rekening van de werkgever. Bekijk ook de website van Kiza over risico op infectieziekten in beroepssituaties.

De werknemer is echter niet verplicht het aanbod voor vaccinatie te accepteren. Nederland kent geen wettelijke basis voor een vaccinatieplicht. Dit is namelijk in strijd met het grondrecht van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam (Grondwet, artikel 11).

Een werknemer die zich niet laat vaccineren vormt een risico. Wanneer bepaalde werkzaamheden onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen bijvoorbeeld voor patiënten, kan de werkgever in die gevallen beperkingen opleggen. De werknemer kan in dat geval hoog risicovolle taken binnen zijn functie niet meer uitvoeren en er zullen naar alternatieve taken moeten worden gezocht zodat mogelijke besmetting sterk gereduceerd is.

Loop je risico - Laat je testen
Laat je vaccineren


  1. Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG). Publicatieblad Nr. L 262 van 17/10/2000 blz. 0021 – 0045

Aandoening

Onderwerp

Type informatie

Documenten

Beroepsziekten

Meer uitleg nodig?

Heeft u niet gevonden wat u zoekt? Neem dan contact met ons op.

Stel een vraag

Is deze bron betrouwbaar?

Lees meer over hoe deze website tot stand is gekomen.

Lees verder