Leverkanker (hepatocellulair carcinoom) Bijgewerkt op 15.01.20

De diagnose leverkanker (hepatocellulair carcinoom) wordt in Nederland jaarlijks bij ca 250 patiënten gesteld. Er is sinds de jaren 80 een toename te zien in het aantal patienten met gediagnosticeerd leverkanker.[1]

Risicofactoren voor het krijgen van leverkanker zijn:

  • levercirrose tgv hepatitis B of hepatitis C,
  • chronisch hepatitis B, met name bij Aziatische mannen > 40 jaar, Aziatische vrouwen >50 jaar, Afrikanen > 20 jaar, mensen met hepatocellulair carcinoom in de familie,
  • NASH,
  • alcoholgebruik.

Door middel van bloedonderzoek, echografie, CT scan of MRI en, indien nodig, een leverbiopsie wordt de diagnose gesteld. Om de ernst van de levercirrose te bepalen wordt gebruik gemaakt van de Child-Pugh classificatie. Voor de bepaling van de ernst van de leverkanker wordt de TNM-classificatie gebruikt.

Er zijn verschillende behandelmogelijkheden, o.a. afhankelijk van de grootte en plaats van de tumor:

  • Radiofrequente ablatie
  • Operatie
  • Chemo-embolisatie
  • Levertransplantatie
  • Radio-embolisatie
  • Systemische anti-kanker therapie
  • Radiotherapie

Partiële leverresectie kan gedaan worden als er geen sprake is van cirrose of bij graad A levercirrose (volgens de Child-Pugh classificatie). Het overblijvende, gezonde gedeelte van de lever zal de leverfunctie overnemen. Voor patiënten met ernstige levercirrose is levertransplantatie de aangewezen behandeling.

Er zijn een aantal video’s met informatie over de diverse onderzoeken:

Tace en radio-embolisatie.
Tace en radio-embolisatie, met Nederlandse ondertiteling.
Biopsie.
Biopsie, met Nederlandse ondertiteling.
Ablatie.
Ablatie, met Nederlandse ondertiteling.

Referenties

  1. CBS StatLine
  2. Integraal Kankercentrum Nederland Richtlijn Hepatocellulair carcinoom

Onderwerp

Meer uitleg nodig?

Heeft u niet gevonden wat u zoekt? Neem dan contact met ons op.

Stel een vraag

Is deze bron betrouwbaar?

Lees meer over hoe deze website tot stand is gekomen.

Lees verder