Praktijkrichtlijn voor bedrijfsartsen Hepatitis B vaccinatie van risicolopend personeel Bijgewerkt op 23.01.20

De bedrijfsarts adviseert de werkgever en de werknemer op basis van een risico-inventarisatie en evaluatie (RIE) wie voor vaccinatie tegen hepatitis B in aanmerking komt.

De bedrijfsarts heeft vier, elkaar aanvullende, criteria bij deze inschatting tot zijn/haar beschikking (zie het advies van de Gezondheidsraad)  [1]:

  • De werknemer verricht medische, verplegende of verzorgende handelingen bij cliënten of patiënten;
  • De werknemer kan in contact komen met lichaamsmaterialen zoals bloed, serum, ascites, vruchtwater, etc. Excreten, zoals urine, feces en speeksel vormen geen risico voor het besmet raken met hepatitis B, tenzij er bloed in aanwezig is;
  • Uit de RIE kan blijken dat ook ander personeel in aanmerking komt voor vaccinatie;
  • De prikaccidentenregistratie kan uitwijzen dat in de praktijk prikaccidenten optreden bij ander personeel dan op basis van de arbobeleidsregel en de RIE als risicolopend was aangemerkt.

Bekijk de  Praktijk richtlijn Hepatitis B-vaccinatie van risicolopend personeel

 


Referenties

  1. Gezondheidsraad.Werknemers en infectieziekten – Criteria voor vaccinatie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2014; publicatienr. 2014/30. ISBN 978-94-6281-019-8.
  2. Richtlijn Hepatitis B-vaccinatie van risicolopend personeel

Aandoening

Onderwerp

Type informatie

Meer uitleg nodig?

Heeft u niet gevonden wat u zoekt? Neem dan contact met ons op.

Stel een vraag

Is deze bron betrouwbaar?

Lees meer over hoe deze website tot stand is gekomen.

Lees verder